Geschiedenis van de Provence

Prehistorie Provence

De kust van de Provence heeft enkele plekken met bewijs voor de eerste menselijke bewoning in Europa. Primitieve stenen werktuigen van 1 miljoen jaar voor Christus zijn gevonden in de Grot du Vallonnet, in de buurt van Roquebrune-Cap-Martin, tussen Monaco en Menton.

In de oude steentijd 2,5 miljoen jaar geleden vonden er grote veranderingen in het klimaat en de zeespiegel plaats. Door de komst en het vertrek van twee ijstijden wijzigde de zeespiegel drastisch. Aan het begin van de oude steentijd was de zeespiegel in het westen van de Provence 150 meter hoger dan nu het geval is. Aan het einde van de oude steentijd lag de zeespiegel 100 tot 150 meter lager dan nu. Men kan zich voorstellen dat de vroege grotbewoners vaak overspoeld werden door de veranderende zeespiegel.

De veranderingen in de zeespiegel heeft weliswaar geleid tot de een van de meest opmerkelijke ontdekkingen van tekenen van de eerste mens in de Provence. In 1985 ontdekte een duiker de mond van een onderzeese grot, 37 meter onder het oppervlak van de Calanque de Morgiou, in de buurt van Marseille. De ingang leidde naar een grot boven de zeespiegel. Binnen waren de muren versierd met tekeningen van bizons, zeehonden, pinguïns, paarden en contouren van menselijke handen (gedateerd: 27.000 en 19.000 v.Chr.).

Aan het einde van de oude steentijd en begin van de vroege steentijd lag de zeespiegel op het niveau zoals wij dat kennen. Door de opwarming van het klimaat en het verdwijnen van de bossen en het wild dat er leefde konden de bewoners van de Provence niet meer van de jacht leven. Alternatieven zoals het eten van konijnen, slakken en wilde schapen boden uitkomst. Rond 6.000 v.Chr. behoorden de mensen in de Provence tot de eerste die schapen gingen houden. Omdat er niet meer intensief gejaagd werd, niet meer van plaats naar plaats werd getrokken vestigden de mensen zich vat in de Provence. Hierdoor ontstonden nieuwe industrieën, geïnspireerd door het aardewerk uit de oostelijk Middellandse Zeegebied was dit het begin van het eerste aardewerk dat werd gemaakt in Frankrijk.

Rond 6.000 v.Chr. kwam er een golf aan nieuwe kolonisten uit het oosten, die zich vestigden op het land van de Provence, dit waren boeren en krijgers. In 2.500 v.Chr. vestigden zich een tweede groep kolonisten langs de kust.

De Liguriërs en de Provence

In de bronstijd (1.800 tot 800 v.Chr.) wordt de Provence bewoond door Liguriërs. Samen met de Kelten vormden dit het ontstaan van de kelto-Liguriërs. Zij leefden in eenvoudige huizen op de hoogten en leefden van de landbouw, veeteelt en jacht. De huizen waren gebouwd van natuursteen en ruwe baksteen. Men bouwden forten en nederzettingen op heuveltoppen, oppida. Vandaag zijn de sporen van 165 oppida terug te vinden in de Var, en zo 285 in de Alpes-Maritimes. In die tijd begon men ook meer te handelen in kaas, ijzer, zilver , goud, hars en andere grondstoffen.

De Grieken

Omstreeks 600 v.Chr. ontstond de eerste permanente Griekse nederzetting Massalia, het hedendaagse Marseille. Massaliaa werd een van de belangrijkste handelspartners met de havens van de antieke wereld. Op haar hoogtepunt, in de 4de eeuw voor Christus telde de stad 6.000 inwoners. Het bestuur van de stad werd geregeld door 600 van de rijkste burgers. Handelaren uit Massaliaa kwamen zover als Zwitserland en Bourgogne en de Baltische zee. Zij verhandelden hun eigen producten zoals wijn, gezouten varkensvlees, vis, aromatische en geneeskrachtige planten, koraal en kurk. De Massaliaa vestigde een reeks kleine kolonies en handelsposten langs de kust. Bekende plaatsen zijn Citharista (La Ciotat), Athenopolsi (Saint Tropez), Antipolis (Antibes), Nikaia (Nice) en Monoicos (Monaco). Naast de plaatsnamen stamt ook de naam van de rivier Rodhanos, de rivier de Rhône, uit deze tijd.

Rome komt

Als gevolg van de beschaving en economische ontwikkelingen verslechterd de verhouding met de lokale bevolking, de nakomelingen van de Liguriërs. In de 2de eeuw v.Chr. biedt Rome de Massaliaa haar bescherming aan tegen het Gallische gevaar uit het noorden. Romeinse legioenen onderdrukken de Liguriërs en besloten zich permanent te vestigen in de Provence en bouwden een nieuwe stad Aquae Sextiae, later Aix-en-Provence. En kort daarna de nieuwe provincie Gallia Transalpina in 118 voor Christus. Kort daarna wordt deze omgedoopt in Gallia Narbonensis, naar de eerste Romeinse kolonie (Narbonne), en krijgt zij het statuut Provincia Romana. Wellicht komt hier de naam Provence vandaan.

Eenmaal gevestigd beginnen de Romeinen met de bouw van een wegennet, hiervoor gebruikten zij de tracé van (vee)paden, die de Galliërs hadden aangelegd. Bij de steden zijn deze tracé bestraat en tussen de steden kwamen mijlpalen en herbergen. De Gallo-Romeinse beschaving beleeft haar hoogtepunt tussen de 1ste en 3de eeuw.

Het Christendom

In de 3de eeuw krijgt de Provence een reeks van invallen te verduren van Alamannen en Vandalen. Hierdoor ging de welvaart van de Romeinen verloren. De steden raken in verval en de mensen verarmen. De mensen vertrekken richting hoger gelegen gebieden en overal ontstaan verdedigingswallen.