Natuurparken in de Provence

Natuurpark du Luberon

Dit prachtige Luberongebergte (165.000 ha) ligt halverwege de Alpen en de Middellandse Zee. Het regionale natuurpark strekt zich uit over de twee departementen Vaucluse en Alpes-de-Haute-Provence. De Mourre Nègre (1125 meter) is het hoogste gedeelte van dit door de Unesco erkende biosfeerreservaat met als doel het behoud van het Massif du Luberon. De bergketen van de Luberon loopt van Cavaillon tot Manosque, over een lengte van 65 km in het zuidelijke deel van de Luberon.

Het landschap is bijzonder te noemen. Natuursteen, okergroeven, wijn- en boomgaarden, groene heuvels en de kleine dorpjes behoren hier tot het plattelandserfgoed. De verschillende gezichten van de Luberon is daarom een aantrekkelijke plek voor niet alleen wandelaars en natuurliefhebbers, maar ook voor schilders, schrijvers en andere kunstenaars.

Het gebied De Luberon is een ideale vakantiebestemming voor iedereen die van een actieve vakantie houdt! In het schitterende natuurgebied kunt u naar hartenlust wandelen, fietsen, kanoën, ballonvaren, golfen, tennissen, zwemmen, e.d.

Mourre Nègre

De Mourre Nègre is populair onder sportieve wandelaars. Het uitgestrekt en schitterende wandelgebied biedt vanaf de top een prachtig panorama uitzicht over de Montagne de Lure en de Vooralpen van Digne-les-Bains, het dal van de Durance en het plateau Vaucluse. Het absolute hoogtepunt is het uitzicht op de Mont Ventoux.

Maison du Parc

60 place Jean Jaurès
BP 122, 84400 Apt
Tel.: +33 (0)4 90044207

Natuurpark du Verdon

In 1997 werd het regionale natuurpark du Verdon opgericht, de omgeving is bekend door de Gorges du Verdon met zijn prachtige canyons en uitzichten. Het natuurpark telt circa 178.000 ha verspreid over 43 steden en dorpjes. De Gorges du Verdon is een kloof op de grens van de Var en Alpes-de-Haute-Provence in het zuiden van Frankrijk. Het is de grootste kloof van Europa en op een na grootste van de wereld. De kloof is door de rivier de Verdon over een lengte van 25 km uitgesleten. De rotswanden van de canyons zijn met hun 700 meter hoogte erg imposant.

De kloof eindigt in het stuwmeer van Sainte-Croix-du-Verdon, het Lac de Sainte-Croix. Het meer is 14 km lang en 2 km breed en werd tussen 1973 en 1975 aangelegd. Het dorp Salles-du-Verdon verdween onder water en is op de oostelijke oever weer opgebouwd. Het dorpje is een aangename plek en vertrekpunt om de wandelpaden te ontdekken. Het meer bij Castellane en Pont Sublime is een veel bezochte bestemming door toeristen. Langs het meer staan overal tentjes waar u kano’s, kajakken, waterfietsen en motorbootjes kunt huren om de kloof vanaf het water te bezoeken.

De waterkachtcentrale kunt u na afspraak bezoeken (juli-aug.).  Hier is de fabriek EDF van Sainte-Croix-du-Verdon gevestigd, de turbogeneratoren en piëzometers zijn in volle werking.  Bovenop het gebouw heeft u prachtig uitzicht over het gebied.

U beleeft hier een aaneenschakeling van prachtige landschappen en vergezichten. Een hoeveelheid aan fantastische gebieden van het plateau van Valensole tot Artuby, van de heuvels van de Haut-Var tot de Voor-Alpen, van het meer van Sainte Croix tot de rechte canyons.

In het verleden werd het ruige gebied met muilezels doorkruist. Tegenwoordig is het een wandelparadijs waar wandelaars op elk niveau een wandeltocht kunnen maken. Er ligt ruim 100 km aan wandelpaden, waaronder het beroemde Martelpad. Op het plateau van Valensole liggen de gemakkelijk begaanbare wegen en bij de Artuby de oude zwaardere paden. Het gebied is ook geliefd bij bergbeklimmers en natuurliefhebbers.

Het 15 km lange Martelpad loopt van het chalet de la Maline naar de Samson Passage. Het pad is vernoemd naar de Franse speleoloog Édouard-Alfred Martel. Hij maakte in 1905 als eerste de tocht over de bodem van de kloof. Aan hem dankt de kloof de bijnaam Grand Canyon du Verdon.

Bent u niet zo’n wandelaar dan is het met de auto volgen van de D23, de Route de Crêtes een goede manier om het gebied te verkennen. De Route de Crêtes loopt via het bergdorp La Palud-sur-Verdon tot Castellane. Ten zuiden van de rivier de Verdon is dit de Corniche Sublime. Deze begint bij het dorp Aiguines en loopt via Trigance tot Riblaquon.

De Gorges du Verdon is een paradijs voor vissers. U vangt hier forel, panharing en grondel in het meer van Sainte-Croix. In het meer van Esparron zit veel rivierbaars en karper. Voor de goudforel bent u het beste af bij het meer Quinson. Snoek en snoekbaars houden zich schuil in Chaudanne en Castillon.

Indien u geïnteresseerd bent in de prehistorie dan is een bezoekje aan het prehistoriemuseum in het dorpje Quinson zeker de moeite waard. Het moderne ontwerp van dit museum is het werk van de architect Norman Foster.

In het gebied Gorges du Verdon zijn duizenden fossielen van zee-egels, ammonieten, inwendige skeletten van inktvisachtigen, oesters en slakken gevonden. Het meest bijzonder is de vondst van 40 miljoen jaar oude fossiele zeekoeien in de Vallee des Sirènes fossiles. Deze voorouders van de huidige zeekoe zijn goed bewaard gebleven. De plek is uniek in de wereld, met name door het grote aantal fossielen en de complete schedels van de dieren. Met gids kunt u de grot van Baume-Bonne bezoeken.

In het gebied zijn diverse roofvogels uitgezet. Nu leven er verschillende vale gieren en sinds 2005 monninksgieren. U kunt de vogels en andere flora & fauna gemakkelijk waarnemen tijdens uw bezoek aan het natuurpark.

Mooie uitzichtpunten zijn:

  • Balcons de la Mescla
  • Pont de l’Artuby
  • Les Cavaliers
  • Point Sublime
  • Belvédère du Couloir Samson
  • Belvédère du Pas de la Baou
  • Pont de Soleils

Natuurreservaat Haute-Provence

Dit geologische reservaat van de Haute-Provence is het grootste natuurreservaat van Europa. Het gebied ligt in het departement Alpes-de-Haute-Provence en strekt zich uit over 2300 km² tussen de Alpen en de Provence. Hierbinnen vallen 59 steden en dorpjes. Het natuurgebied is een waar openluchtmuseum, waar de geschiedenis van de laatste 300 miljoen jaar van de aarde goed bewaard is gebleven.

Een aaneenschakeling van verschillende en zeer spectaculaire landschappen met een scala aan fossielen. Miljoenen jaren terug stonden hier palmbomen en groeide op de nu droge hellingen tropische planten. De 18 beschermde locaties van het reservaat zijn vrij toegankelijk voor toerisme en is een echte reis door de tijd.

Het gebied kent vier tijdperken

Het Paleozoïcum (primair) wordt vertegenwoordigd door de eerste landplanten (varens) en de eerste dieren (vissen). Later verschenen amfibieën en de eerste gewervelde dieren op het land. Hier zijn in het park resten van terug te vinden.

Resten van het Mesozoïcum zijn terug te vinden in de vorm van grote skeletten van zee reptielen en ammonieten. U ziet onder andere 1500 ammonieten op de versteende kalkstenen plaat van 320 m².

Het Tertiair wordt gedefinieerd door de Krijt-Paleogeen-massa-extinctie bij de K-T overgang, waarbij onder andere de dinosauriërs en de ammonieten uitstierven. De zoogdieren werden tijdens het Tertiair de dominante groep gewervelde landdieren. Ook de vogels maakten een bloeiperiode door. In het natuurgebied zijn voetafdrukken van 20 miljoen jaar oud gevonden.

Op nog geen 4 km van Digne les Bains ligt de Vallée de Sirènes boven het dorpje Castellane, de stratotype van de Barremian hoeken.

Er zijn verschillende routes in de omgeving. Een Valley Bes (25 km) maakt u een reis in de tijd meer dan 300 miljoen jaar.

Dorpen in de omgeving

Regionaal natuurgebied de Alpilles

De Alpilles bergketen (lage Alpen) ligt in het departement Bouches-du-Rhône. Het vormt een keten van kalkheuvels en is geologisch gezien een verlengstuk van het Luberon-gebergte (natuurpark du Luberon). Deze bergketen wordt vooral gewaardeerd vanwege de levenskunst en het mooie landschap. Het gebied wordt dan ook veel bezocht door de allerbeste kunstenaars.

Glanum

De toppen van het Alpilles gebergte zijn 300 tot 400 meter hoog. Aan de voet van de Alpilles licht een vruchtbare vallei. In de vallei bevond zich ooit de Romeinse nederzetting Glanum, nabij het huidige Saint-Rémy-de-Provence. De opgravingen ervan zijn de belangrijkste in Frankrijk. De opgravingen en triomfboog zijn te bezichtigen.

Na de stichting van Massilia (Marseille) door de Grieken kwam Glanum onder de invloed van Griekse handelaren, die de Rhône opvoeren.Vanuit het gebergte werd in de Romeinse tijd water aangevoerd naar Arles over het Aquaduct van Barbegal.

Vincent van Gogh

Vincent van Gogh is in de omgeving van Glanum geruime tijd psychiatrisch behandeld in het ziekenhuis bij het nog steeds bestaande klooster Saint-Paul-de-Mausole. Albert Schweitzer is hier tijdens de Eerste Wereldoorlog geruime gevangen geweest. Vincent van Gogh heeft veel van zijn schilderijen met pijnbomen en cipressen in de omgeving van de Alpilles geschilderd. Op een wandelroute vanuit Saint-Rémy-de-Provence, ten noorden van het gebied, staan langs de weg borden met afbeeldingen van zijn schilderijen. De routebeschrijving is verkrijgbaar bij het plaatselijke office de tourisme.

De gevarieerde vormen en kleuren van de vlaktes van de Durance en het reliëf van de Alpilles hebben Alphonse Daudet geïnspireerd in zijn werken en schreef veel over het landschap.

Bezienswaardigheden

Een deel van het Alpilles gebergte hoort bij het grondgebied van de stad Arles. De voornaamste bezienswaardigheid is het plaatsje Les Baux-de-Provence. De plaatsjes Maussane-les-Alpilles en Mas-Blanc-des-Alpilles verwijzen naar het gebied.

Beaux-de-Provence

Vanaf het voorgebergte ziet u het op een witte rots gebouwde dorpje Baux-de-Provence. Het dorpje ligt boven het mooie dal met olijfbomen, amandelbomen en wijngaarden.

Behalve een mooi landschap en zonlicht zijn er ook de dorpjes met een hartelijke sfeer.

Natuurgebied Port Cros

In het departement Var ligt dit prachtige nationale natuurgebied Port Cros (Parc national de Port-Cros). Het weelderig begroeide eiland is het grootste zee natuurgebied in Europa en ligt ten oosten van Toulon in de Middellandse Zee. Het gebied is beschermd en strekt zich uit over 700 ha grond en 1.300 ha water.

Het nationaal natuurgebied beslaat het eiland Port-Cros, de naburig eilandjes la Gabinière, le Bagaud, le Rascas en stroken water langs de kust. Het eilandje Port-Cros is het kleinste van de eilandengroep Iles d’Hyères.

Neem vanuit Le Lavandou de boot, vlak voor het eiland ziet u de prachtige palmbomen en samen met het diepblauwe water vormt dit een prachtig gezicht.

Op Port Cros, het belangrijkste eiland, is er een zeer gevarieerd landschap met steile kliffen en smalle valleitjes met groene eiken. Dit gebied is de ideale plek voor plantenliefhebbers. Het natuurgebied staat vol met lavendel, bremstruiken, zonneroosjes en boomheide. Daarnaast kunt u hier 175 zeldzame zee vogels zien, ideaal voor vogelaars en mooie vlinders.

Rijke Flora & Fauna

Port-Cros is een waar duikersparadijs. Degenen die geïnteresseerd zijn in de zeebodem kunnen ook in een onderzeeboot het gebied ontdekken met de fraaiste posidoniavelden van de streek waar het wemelt van de moeralen, hoornkoralen en regenboogvissen (70 vissoorten totaal).

Het onderwaterpark wordt druk bezocht door sportduikers (duiken) vanwege de rijke onderwaterwereld en de vele zeebaarzen. In de baai van Palud kan u de zeedieren ontdekken die aan de kust leven.

Op het land Port-Cros is een wandeling (wandelen) naar het Fort du Moulin zeer de moeite waard, men ontdekt er het l’île de Bagaud en komt via het Fort de l’Estissac langs het sentier botanique (botanische pad) met mediterrane plantensoorten. Geuren, kleuren, van de vegetatie en de geluiden van vogels en insecten vullen de atmosfeer en het landschap tot aan het strand: Plage de la Palud. Van daaruit kunt u het onderwater pad volgen met duikbril op de neus. Er zijn periodes in het jaar waar men zelfs vanaf dit strand op de rug van een ezeltje terug kan rijden naar het dorp, in de schaduw van de Eucalyptusbomen.

Nationaal natuurgebied Les Ecrins

Het Nationale park des Écrins (Frans voor park der juwelen) ligt in de departementen Hautes-Alpes en Rhône Alpes tussen de steden Gap, Briançon en Grenoble. Na samenvoeging van grote natuurgebieden ontstond in 1973 het Parc des Écrins. Het natuurpark is een van de meest indrukwekkende bergmassieven van de Alpen.

Vanwege de hoge toppen op 4.200 m hoogte en de op een na hoogste top van Frankrijk behoort dit massiefgebergte tot de zeer gesloten cirkel van 4.000 meter. Het op een vesting lijkende massiefgebergte wordt in het Noorden begrensd door de Romanche, in het oosten door de Durance en in het zuiden en westen door de Drac.

De hoogste toppen van het Massif des Ecrins zijn die van Barre des Écrins (4102 m), La Meije (3982 m) en Mont Pelvoux (3946 m). De sneeuwvelden worden afgewisseld met gletsjers en steile wanden. De meest bekende gletsjers hier zijn de Glacier de la Girose, de Glacier de la Meije, en de bekendste, goed toegankelijke Glacier Blanc.

Het nationale park beslaat meer dan 90.000 ha en heeft rondom een beschermde zone van nog eens 180.000 ha. De flora & fauna van het natuurpark Ecrins is uitzonderlijk gevarieerd: meer dan 1800 soorten leven hier, 90% van alle alpine plantensoorten en 40% van de volledige Franse flora, waaronder gletsjeranemonen, edelweiss en dwergwilgen. Deze streek is ook de habitat van koningsarenden, gemzen en steenbokken. Bijzonder is de Isabelle, een prachtige groene beschermde nachtvlinder.

Wandelen

U kunt hier de prachtigste wandelingen maken, zeker in de zomer wanneer alles bloeit, het is er dan een waar bloemenparadijs. Tevens kunt in het gebied uitstekend mountainbiken, bergbeklimmen, raften of in de stad Briançon naar de markt en de schilderachtige oude stad bezoeken.

Startpunten voor alpine wandelaars zijn La Grave , La Bérarde en Ailefroide. Rondom het natuurpark ligt een groot gebied met bosrijke dalen die geknipt zijn voor dagwandelingen met gewone bergschoenen. Er lopen drie GR’s door het park: de GR 50 (Tour du Haut-Dauphiné), de GR 54 (Tour de l’Oisans) en de GR de pays (Tour du Vieux Chaillol). Zoals voor alle GR’s heeft u voor deze meerdaagse wandelingen geen stijgijzers noch pikkel nodig. De Ecrins zijn op hun mooiste in de maand september wanneer de meeste toeristen huiswaarts zijn gekeerd, het weer nog mooi is en de lorken de valleien een rossige tint geven.

Bergbeklimmen

In het natuurpark Écrins is het goed bergbeklimmen. Populaire plekken om te klimmen zijn onder de Dôme, de Pelvoux, de Glacier Blanc en de Ailefroide met zijn kleine rotsblokken en grote wegen. De plekken zijn geschikt voor zowel beginners en gevorderden.

In het centrale gedeelte van het natuurpark ligt slechts 1 dorpje: Dormillouse. Dormillouse heeft geen berijdbare wegen, kabelbaantjes, tunnels, skipistes of campings. Daarom is het aantal toeristen zelfs in het hoogseizoen laag. Het gebied is voorbehouden aan hooggebergtewandelaars en klimmers die niet terugdeinzen voor gletsjers, steile besneeuwde routes, hoge cols en klimwerk. Stijgijzers en pikkel zijn hier onmisbaar.

De berghut van de Ecrins, op 3.170 m hoogte en op enkele uren afstand van het weiland Madame Carles, is een onvergetelijke ervaring voor de echte bergklimmer.

Wintersport

In de winter is het natuurgebied een waar wintersportparadijs. Het is goed skiën in het skigebied met 255 km aan fantastische pistes. Liefhebbers van langlaufen, alpineskiën en snowboarden kunnen hier hun hart ophalen. Het gebied is zon- en sneeuwzeker.

La Meije

La Meije is een indrukwekkend massief van rotsen en sneeuw. De top van de berg Reine Meije ligt op 3.982 meter hoogte, boven het Romanchedal. Vanwege de grote bergtop die op een klokkentoren lijkt is de Reine Meije een van de mooiste bergen in de Alpen.

Vanuit het dorpje La Gave (op 1.450 m hoogte) zijn de hoogste gletsjers (op 3.200 m hoogte) per kabelbaan te bereiken. Daarna zijn er schitterende en indrukwekkende grotten, die wel 30 meter onder de grond gaan. In de zomer kunt u tijdelijke beelden van verschillende kunstenaars en beeldend kunstenaars bewonderen.

Bezoek de website

Regionaal natuurgebied Le Queyras

In het hart van het departement Hautes-Alpes ligt het natuurpark Queyras. Het bestaat uit een “natuurlijke muur” tot wel 3300 meter hoogte. Het natuurpark biedt de aanschouwer een beschermd gebied waar de natuur in al zijn pracht behouden is gebleven. Lariks- en pijnboombossen langs de hellingen, een schitterende flora & fauna, bergstroompjes en traditionele, solide houten huisjes en één roeping: authenticiteit. Een wereld verschuilt zich in dit gebied van 650 km², op de kruising van landelijke en mediterrane invloeden, en het is een van de mooiste regio’s in de Alpen.

Het natuurpark werd in 1977 opgericht met als doel het behoud van natuurerfgoed en de architectuur van de eeuwenoude huizen, kerken, kappellen, zonnewijzers, broodovens, houten of stenen fonteinen, e.d.

Historie

Het schijnt dat Hannibal hier met zijn olifanten de Alpen over stak.

Cols en dalen

Het kleine dal is alleen bereikbaar via de Col d’Izoard, via de Col d’Agnel (vanuit Italië) of via de Combe de Queyras (vanuit Guillestre). Het gebied Queyras bestaat uit acht gemeentes: Arvieux, Abriès, Aiguilles, Ceillac, Château-Ville-Vieille, Molines-en-Queyras, Ristolas en Saint-Véran.

Flora & fauna

In het gebied komen onder andere de wolf (buiten het hoogseizoen), de adelaar, diverse soorten kleine slangen, gems, steenbok, maar vooral de alpenmarmot (murmeltier) herkenbaar aan zijn hoge gepiep.

Fietsen

De bergpas van Izoard in de Briançonnais is de jongensdroom van elke doorgewinterde wielrenner. De bergpas is opgenomen in het programma “itinéraires partagés” van het departement Hautes-Alpes. Met dit programma wordt beoogd het gebruik van de fiets te stimuleren. Let op: het parcours is moeilijk.

U kunt hier ook de gedenkplaten ter ere van twee grote wielerhelden – de Italiaan Fausto Coppi en de Fransman Louison Bobet – bewonderen.

Rivier

Door het grootste gedeelte van het kleine dal en de Combe de Queyras stroomt de rivier Le Guil. Deze smeltwaterrivier wordt in de loop van het dal steeds breder door bijkomende stroompjes en komt uit in de Durance. In het verleden (2000 en 2003) heeft de rivier voor flinke overstromingen gezorgd door smeltwater, in combinatie met heftige regenval, dat vanaf de Mont Viso de rivier instroomde.

Bergtoerisme

De mogelijkheid van bergwandelingen (wandelen), zoals de Grande Randonnée du Queyras (onderdeel van de GR58) trekt veel vooral Franse en Belgische toeristen. De Mont Viso (ook wel Monviso) in Italië wordt wel beklommen vanuit de Queyras. Bij Ceillac, Abriès en Aiguilles zijn skipistes, skiliften en uitgebreide langlaufmogelijkheden. Ook is het mogelijk om in de rivier Le Guil (voor ervaren sporters) te raften of te kanoën.

Wintersport

Het skigebied Queyras is verdeeld over verschillende dorpen en telt totaal 105 km prima pistes, het is hier goed skiën. De skipistes liggen tussen de 1450 en 2990 meter hoogte. Langlaufers komen ook aan hun trekken met meer dan 150 kilometer aan loipes.

Bergen in het park

  • Pics de la Font Sancte (3.385 m)
  • Pic de Rochebrune (3.324 m)
  • Punta Ramiere (3.303 m)
  • Taillante (3.197 m)
  • Grand Queyras (3.114 m)
  • Gran Queyron (3.060 m)
  • Bric Bucie (2.998 m)
  • Pain de Sucre (Queyras) (3.208 m)

Bezoek de website

Natuurpark Le Mercantour

Dit is het laatste stuk van de Alpen (departement: Alpes-de-Haute-Provence) voor de Middellandse Zee en daarom is het een natuurgebied met een origineel, schitterend en gevarieerd landschap. Het natuurgebied strekt zich uit over twee historische natuurmonumenten.

Het natuurpark ligt tussen de 500 en 3440 meter hoogte en bestaat uit keteldalen, gletsjerdalen, diepe gorges, rivieren en eeuwige sneeuwmassa’s. Op meer dan 1500 meter hoogte kunt u de waterval Cascade du Boréon bewonderen. In het park ligt op circa 2200 meter hoogte ook het grootste meer van Europa: Lac d’Allos.

Het natuurpark vormt ruim 100 km lang de grens met Italië. Het natuurpark biedt natuurliefhebbers een gevarieerde Flora & Fauna. Circa 68.000 ha aan meren, bossen, rotsachtige gebieden en weiden. In het natuurpark leven gemzen, steenbokken en moeflons. In het hooggebergte komen ook marmotten en hermelijnen voor. Erg bijzonder zijn de wolven, afkomstig uit Italië, die hier leven. Wolven zijn erg schuw, maar wees toch op uw hoede.

In het natuurpark Le Mercantour is het met 600 km aan wandelroutes ideaal wandelen. De wandelpaden volgen over herdersroutes langs de mooiste plekjes en door wonderschone bergdorpen (Rimplas, Breil, Saorge, Entrevaux, Saint-Martin-Vésubie en Roubion) met leuke bezienswaardigheden als romaanse kerkjes.

Geniet van een rijkdom aan plaatselijke planten en misschien ziet u wel een gems. Het gebied is verbonden met het natuurpark Parco naturale Alpi Marittime. Zo kunt u zelfs door delen van Italië wandelen.

Naast wandelen kunt u hier fietsen en in de winter heerlijk skiën in de skigebieden Valberg, Isola 2000 en Auron.

Lac d’Allos

Het natuurlijke meer, ontstaan uit een gletsjer, is het grootste meer van Europa. Het meer ligt op 2.220 m hoogte en is binnen 3 kwartier via een wandelpad te bereiken. In het meer kunnen micro-organismen niet overleven door de hoogte, dit geeft het meer een bijzondere kleur. In het meer kan men goudforellen vissen.

Col de la Bonette – Restefond

De bergpas, op 2.80 meter hoogte, ligt tussen Nice en Briançon. Van juni tot oktober is de hoogste route van Europa geopend. De bergpas heeft een keizerlijk tintje. Op 18 augustus 1860 riep Napoleon III deze bergpas namelijk uit tot keizerlijke route. De route is absoluut de moeite waard. Rijd er met de auto of motor heen, u komt ook langs het stadje Barcelonette.

Maison du Parc national du Mercantour
La Sapinière
04400 Barcelonnette
Tel.: +33 (0)4 92812131

Bospark Mont Boron

Ten zuid oosten van Nice, richting de col van Villefranche-sur-mer. Door de zeldzame plantensoorten is dit mooie park geliefd bij botanisten. Daarnaast zijn hier de overblijfselen van de prehistorische stam Terra Amata in het museum te bezoeken.